Afwijkingen aan de arm(en)
Sommige kinderen worden geborgen met een arm die niet helemaal is gegroeid of ontwikkeld. Dat noemen we een 'congenitaal reductiedefect'. Het betekent dat een deel van hun arm korter is of er anders uitziet dan de arm van iemand anders. Dit gebeurt al vroeg als de baby nog in de buik van de moeder zit. Vaak weten we niet waarom het gebeurt.

Armamputatie
Er zijn ook kinderen die misschien een deel van hun arm hebben verloren door een ongeluk, een infectie of zelfs door een tumor. Dat noemen we een 'armamputatie'.
Onze zorg
In het revalidatiecentrum van de Sint Maartenskliniek werken dokters en specialisten die heel goed zijn in het helpen van kinderen met deze verschillende problemen aan hun armen. Ze willen ervoor zorgen dat je zo goed mogelijk kunt bewegen met je arm, wat er ook is gebeurd.
Klachten en verloop
Als je geboren bent met een aandoening aan je arm of als er iets is gebeurd waardoor je een probleem hebt met je arm, kun je nog steeds alles doen wat je wilt in het dagelijks leven. Het maakt niet uit of je een armprothese hebt of niet. Het hangt af van hoe kort je arm is en hoe het eruitziet, en of je last hebt van één arm of allebei de armen. Maar hoe dan ook, je kunt nog steeds volop meedoen met alles!
Soms kunnen kinderen als ze ouder worden last krijgen van dingen zoals:
Een scherpe groei aan het einde van het bot.
Te veel druk op de kant van het lichaam die niet is beïnvloed of op de rug (als ze ouder zijn).
Bij een amputatie kun je bovendien ook last hebben van pijn of gevoelens in het deel van je arm dat er niet meer is. We noemen dit fantoompijn of fantoomgevoelens.
Prothese
Als je een armprothese gebruikt vanaf jonge leeftijd, leer je hoe het is om je arm langer en zwaarder te maken. Je leert spelenderwijs hoe je deze prothese kunt gebruiken. Maar het is ook belangrijk om zonder de prothese te leren bewegen, zodat je gevoel en beweging goed ontwikkelen.
Sommige ouders kiezen ervoor om hun jonge kinderen geen prothese te geven. Ook dan staat ons revalidatieteam klaar om te helpen als er problemen zijn met het dagelijks leven. Veel kinderen kunnen prima bewegen zonder een prothese. Soms hebben ze alleen wat hulp nodig bij activiteiten waarbij twee handen handig zijn, dit kan met hulpmiddelen, zoals een speciaal stuur op de fiets of een speciale schaar.
De diagnose voor de behandeling
Behandelingen
Screening motoriek/motorische ontwikkeling (KIEST)
KIEST staat voor Kinderrevalidatie Indicatie En Screen Team. KIEST is er voor ouders met vragen of zorgen over het bewegen/ de motorische ontwikkeling van hun kind (0-4 jaar).
Hand-Arm werkgroep
HAG staat voor Hand-Arm werkgroep kinderen. Het is een speciale behandelgroep voor kinderen met een armamputatie of aangeboren arm-/handdefect.
Technisch spreekuur spalken, schoenen en/of handen
Op het technisch spreekuur moet je zijn als er voor jou schoenen of spalken worden geadviseerd of aangepast. Schoenen zijn belangrijk om goed te kunnen staan en lopen. Spalken (ortheses) kunnen je helpen met steun voor je handen en polsen, maar ook voor je voeten, enkels en knieën. Tijdens het dragen kun jij je activiteiten met je handen beter uitvoeren of je loopt makkelijker. Soms worden spalken ook wel tijdens het slapen gebruikt om de spieren op lengte te houden.
Therapeutische peutergroepen
In onze therapeutische peutergroepen (TPG) bieden we peuters specifieke kinderrevalidatie geïntegreerd met gerichte ontwikkelingsstimulering in groepsverband.
